Kroniek


Onder de kop "Warme herfst verwacht: hulporganisaties maken een vuist tegen kinderarbeid" wordt in de "Heimtex" van augustus 1994 voor het eerst de naam CARE & FAIR genoemd. Het vaktijdschrift meldt, dat sinds het voorjaar een "Werkgroep Kinderarbeid" actief is, met representanten uit de BVOI (vandaag EUCA - European Carpet-Importers Association e.V.) en uit de vakvereniging van de Duitse tapijten gordijnhandel. Deze werkgroep stelt zich tot doel, een vereniging op te richten onder het motto "Een branche toont verantwoordelijkheidsbesef". Gefinancierd door een vrijwillige afdracht van importeurs, van de zelf importerende detailhandel en de exporteurs is het de bedoeling om hulpprojecten te realiseren in de knooplanden India, Nepal en Pakistan.

 

In oktober 1994 wordt het bestuur opgericht met Wolf-Dieter Horstmann van Art-Tep als 1e voorzitter, Klaus Günther van Möbel Unger als 2e voorzitter en importeur Volker Heinrich als penningmeester. De overige leden van het bestuur zijn Hushmand Sabet van Importfirma Sabet & Sons, Wendelin Meier van Hemag/ICT uit Zwitserland, Frits Janssen van I.C.E. Oosterse Tapijten uit Nederland en Peter W. Engmann, bedrijfsleider van de vakvereniging van de Duitse tapijt- en gordijnhandel. Er wordt besloten dat CARE & FAIR in het verenigingenregister van de Kamer van Koophandel in Hamburg wordt ingeschreven en dat er samen met de BVOI een centraal kantoor onder leiding van Klaus R. Beekmann van start zal gaan.

 

De eerste gelden stromen in januari 1995 bij CARE & FAIR binnen. Binnen de branche komt er een positieve bereidwilligheid op gang, om medewerking te verlenen aan de nieuwe vereniging. In februari 1995 meldt de "Heimtex" onder de kop "CARE & FAIR is teleurgesteld: in plaats van vrijwillige afdrachten drastische verhoging douanetarieven" over het gebrek aan bereidheid tot samenwerking van de EU. Met een douanetarief als afdracht tegen kinderarbeid wil men in geen geval instemmen. Tegelijkertijd worden echter de algemene douanetarieven drastisch verhoogd. En: "Rugmark contra CARE & FAIRE: bescherming van kinderen tot dusverre niet op een lijn te krijgen". De spanningen binnen de branche van oosterse tapijten wordt openbaar.

 

Tijdens de eerste jaarvergadering kan penningmeester Volker Heinrich al melding maken dat er voor hulpacties een indrukwekkend bedrag van 250.000 DM ter beschikking staat.

 

In december 1995 wordt CARE & FAIR erkend als beroepsorganisatie.

 

Begin 1996 kunnen, nadat alle vragen over het overboeken naar de te ondersteunende landen zijn beantwoord, eindelijk de eerste bedragen voor hulp aan projecten worden overgeboekt. Inmiddels heeft de vereniging bijna 300 leden. Inmiddels is er al zo'n 900.000 DM binnengekomen.

 

Een CARE & FAIR-delegatie discussieert in het voorjaar van 1996 ter plaatse uitgebreid over het probleem van kinderarbeid. Er wordt besloten om ook in Nepal een eigen CARE & FAIR-organisatie op te richten.

 

De "Jawalakhel Clinic" met ongeveer 12.000 patiënten per jaar wordt vanaf nu medegefinancierd. Bovendien sponsort CARE & FAIR de "Kakani school" op ongeveer 30 km buiten Kathmandu.

 

Op de jaarvergadering van 1996 kan bericht worden over thans 348 leden, 13 projecten die worden ondersteund in India, Nepal en Pakistan, en over de hoogte van de financiële middelen, thans 1 miljoen DM.

 

Onder de kop "Probleembewustzijn in India groeit: CARE & FAIR succesvol in de strijd tegen kinderarbeid", bericht de "Heimtex" in december 1996 over de pogingen van CARE & FAIR om Indische en Nepalese tapijtfabrikanten en -exporteurs in toenemende mate ontvankelijk te maken voor het uit de wereld helpen van kinderarbeid in hun bedrijven en voor het werk van CARE & FAIR ter plaatse.

 

De public relations werkzaamheden van CARE & FAIR krijgen begin 1997 versterking. Er is nu een videofilm verkrijgbaar en CARE & FAIR is op het internet aanwezig.

 

Een discussie tussen CARE & FAIR en de stichting Rugmark onder het motto "Gemeenschappelijk doel, maar gescheiden wegen" vindt plaats in februari 1997.

 

CARE & FAIR neemt het "Jwala Hospital" over en begint al snel daarna met de uitbreiding. Hier wordt ook een ambulance gestationeerd.

 

In mei 1997 ontvangt CARE & FAIR het Gilde-Ere-teken in goud. De inkoop- en marketingafdeling "Vegeta Gilde International" spreekt hiermee haar waardering uit voor consequent handelen in de strijd tegen illegale kinderarbeid.

 

Conclusie van de jaarvergadering 1997: na een hectische aanloopperiode volgt nu de consolideringfase. Nu kan de vereniging zich helemaal richten op de eigenlijke doelen, het bestrijden van illegale kinderarbeid door het creëren van onderwijs- en opleidingsplaatsen en de oprichting van systemen voor gezondheidspreventie.

 

Eindelijk wordt de formele en omslachtige registratie van CARE & FAIR in Pakistan in oktober 1997 afgesloten.

 

In 1998 neemt CARE & FAIR de verantwoording op zich voor het "Amita Schoolbedrijf", dat tot dan in de open lucht plaatsvond. In de jaren daarna wordt er een schoolgebouw neergezet.

 

Op de CARE & FAIR-jaarvergadering 1998 wordt vastgesteld dat de vereniging zijn werkzaamheden uitbreidt: het initiatief tegen illegale kinderarbeid wordt uitgebreid met hulp aan tapijtknopersgezinnen. In verband hiermee werd er een engagement aangegaan waarbij omvangrijke ondersteuning werd gegeven aan de "Bhouda Clinic" in Kathmandu.

 

Na intensieve planning ter plaatse werd in september 1998 de 1e bouwfase van de "Chaksikhari school" in India, geschikt voor 140 kinderen, in gebruik genomen.

 

In juni 1999 verschijnt in de vakpers een bericht onder de kop "CARE & FAIR helpt Afghaanse vluchtelingen: scholen voor de kinderen tegen noodsituatie onderwijs". CARE & FAIR laat hier zien, dat men zich flexibel kan aanpassen aan de dringende vraag, ontstaan uit politieke misstanden.

 

CARE & FAIR en Rugmark publiceren in augustus 1999 een gezamenlijk ondertekende brief. 836 tapijthandelaars worden eraan herinnerd dat zij zich tot dusverre nog niet bij een van beide organisaties hebben aangesloten.

 

CARE & FAIR-prestaties breken waarschijnlijk records. Op de jaarvergadering van 1999 wordt weer een indrukwekkende balans opgemaakt. Wereldwijd heeft het initiatief inmiddels 780 leden.

 

In februari 2000 is er reden voor een feestje. De tweede bouwfase van de "Chaksikhari school" voor nog eens 200 kinderen is gereedgekomen.

 

In Nepal worden inmiddels elf scholen en gezondheidsprojecten onderhouden. Frank Schwippert, de nieuwe bedrijfsleider, bezoekt in het jaar 2000 voor het eerst de Nepalese projecten evenals die in India. De conclusie van zijn reis luidt, dat de tapijtkinderen en hun gezinnen onze ondersteuning nog lang nodig zullen hebben.

 

In augustus wordt na meer dan een jaar bouwen de "Hajib Saheb Ali school" in gebruik genomen, die voortaan plaats zal bieden aan 400 kinderen.

 

Op de jaarvergadering 2000 wordt besloten de jaarlijkse bijdrage te verhogen, die voor een verder onderhoud van de CARE & FAIR-projecten noodzakelijk is.

 

In oktober 2000 gaat de Primary School in Vern bij Lahore/Pakistan van start. Het is de eerste eigen school die gebouwd werd met CARE & FAIR-gelden en verder lokaal gefinancierd werd.

 

CARE & FAIR neemt in juli 2001 vijf ICT/Wissenbach/ Jagritti-projecten over en gaat deze projecten onder haar eigen naam leiden.

 

"Onderhandelingen stranden: tot dusverre geen overeenstemming bij CARE & FAIR en Rugmark", meldt de "Heimtex" in augustus 2001 over de tot dusverre zonder resultaat gebleven fusiegesprekken tussen beide organisaties.

 

In november van dit jaar wijdt Volker Heinrich de nieuwbouw van de eigen CARE & FAIR "Semuhi school" in (afb. p. 60 bovenaan). De oude, te klein geworden school in de buurt werd door CARE & FAIR al sinds 1996 ondersteund.

 

De fusiegesprekken tussen CARE & FAIR en Rugmark werden in het voorjaar 2002 zonder resultaat gestaakt. De nieuwe CARE & FAIR-bedrijfsleider Peter Fliegner benadrukt echter, dat er niet weer een beeld van de vijand moet worden gevormd, maar dat er gezocht moet worden naar manieren om samen te werken.

 

CARE & FAIR USA wordt in 2002 in Great Neck/New York als hulporganisatie geregistreerd.

 

Kinderarbeid is momenteel geen onderwerp van openbare discussie, wordt er tijdens de jaarvergadering 2002 opgemerkt. Dat daarom ook de leden van CARE & FAIR deze nog steeds acute problematiek lijken te verdringen, doet zelfs het bestuur van de vereniging schrikken. Het garanderen van de financiële basis wordt het grootste probleem, aangezien de inkomsten teruglopen.

 

Meer dan 2,66 miljoen heeft CARE & FAIR sinds de oprichting 1995 tot september 2003 uitgegeven voor hulpverlening in de knooplanden. Deze indrukwekkende balans maakt Volker Heinrich op tijdens de jaarvergadering 2003. Als de inkomsten echter verder teruglopen kan de verdere financiering van de hulpverlening momenteel met de aanwezige reserves slechts tot eind 2006 gegarandeerd worden.

 

In het jaar 2004 financiert CARE & FAIR 32 projecten. Behalve scholen en klinieken worden er ook kleuterscholen onderhouden en 's middags worden de schoolruimtes nu ook voor onderwijs aan vrouwen en voor het leren van een beroep benut.