Een tapijt ontstaat


De huidige tapijtproductie kan in enkele categorieën worden onderverdeeld. Nomadenfabrikaten zijn in eerste instantie afkomstig uit Perzië (Iran) en Afghanistan. Tapijten uit huisnijverheid worden grotendeels in Iran, in India en Pakistan, maar ook in Afghanistan vervaardigd.Bij tapijten uit Nepal en China spreekt men van manufacturen. Het productieproces van schaap tot tapijt is hierbij in principe hetzelfde. Het begint met het fokken van schapen, het scheren, wassen, sorteren, kaarden, kammen, spinnen, twijnen en verven van de wol. Terwijl de wol droogt (linksonder) en opgeslagen ligt (rechts) wordt er een knoopstoel gebouwd, meestal van eenvoudige makelij, rechthoekig, van stevig hout of metaal. Afhankelijk van regio en knooptechniek wordt hij verticaal of horizontaal, staand of liggend gebruikt (p. 7 bovenaan).

 

De patronen worden ontworpen en getekend. Naast de traditionele dessins worden tegenwoordig veel patronen ontwikkeld die afgestemd zijn op de smaak van de consumenten in de industriële landen. De pool van alle oriëntaalse tapijten bestaat uit schapenwol of zijde. De basis, ketting en inslag, bestaat meestal uit wollen, katoenen of zijden garens. Als het tapijt volgens het opgegeven patroon is geknoopt (linksonder) wordt hij uit het knoopgetouw gesneden en worden de uiteinden en de zijkanten afgewerkt. Dan volgen het scheren, wassen, spannen en drogen van het tapijt en bij sommige tapijtsoorten het zogenaamde beeldhouwen (rechtsonder, het met een schaar accentueren van het patroon). Na een grondige inspectie komt het tapijt dan in een bazaar terecht of wordt verscheept en geëxporteerd - en zo uiteindelijk in onze winkels te koop aangeboden.